| INDEX |
"Sørøya"
Juli 2006
============================================================
Verslag visvakantie op Sørøya.
De
afgelopen jaren trek ik elke zomer met mijn vader naar noord Noorwegen,
alleen dit jaar was het anders. Dit jaar reden we met een eigen boot naar
Noorwegen in plaats van een vouwwagen.
De afgelopen jaren reden we op de bonnefooi naar noord Noorwegen, alwaar
we kleine bootjes huurden op verschillende plaatsen. Grotere boten huren was
altijd een probleem, omdat deze boten bij hyter horen en deze in de zomer
allemaal al lang van te voren besproken zijn. Na vorig jaar twee weken storm
gehad te hebben die ons verhinderde de baai of fjord uit te komen was het
idee van een eigen boot geboren. Dit plan werd verwezenlijkt op de
hengelsportbeurs in Utrecht in de vorm van een Warrior 175 met een 90 pk
Honda.
Vrijdag 30 juni was het eindelijk dan zover, om 11 uur ’s avonds vertrokken
we met de boot uit assen om zondag om drie uur ’s middags te boot op te
rijden naar Sørøya. Hier aangekomen hebben we de boot meteen te water
gelaten op de op het eerste oog slechte, maar achteraf perfecte grindhelling
en daarna meteen op bed gegaan. De volgende morgen stond Marc van Roie voor
de deur om ons het een en ander over het vissen op Sørøya te vertellen.
Verder verzekerde hij ons dat we na deze vakantie nooit ergens anders meer
heen zouden willen.
De
eerste dag gingen we vlak bij de haven vissen op de Silstoe, Andottskallen
en de Knottskallen, deze onderwaterbergen liggen ten zuidwesten van het
eiland, nog geen mijl uit de kust. Net een zeemijl uit de haven gingen boven
de Silstoe voor het eerst de pilkers overboord. Binnen enkele seconden doken
de koolvissen er al op, het bleken, mooie koolvissen van zo’n halve meter te
zijn. Na hier een tijdje te hebben gevist met onze spinlatten viel het ons
op dat alle koolvissen zo’n halve meter waren en er helemaal geen kleine
koolvis tussen zat als in de rest van Noorwegen. Wel vingen we af en toe
grote schelvis, zeewolf en kabeljauw tot zo’n 10 kgNa een uurtje plezier
maken met de spinlatten op zo’n 30 tot 40 meter gingen we verder richting de
Andottskallen, volgens Marc had de schelvis kuitgeschoten en zweefde dit op
een diepte van zo’n 70 meter. Dit was duidelijk op de fishfinder te zien,
als een groene band van zo’n 4 meter dik. Hier verwisselden we de spinlatten
voor onze 20 ponds uitrusting, ondanks de zware pilkers was het moeilijk om
door de scholen koolvis heen te komen, maar als je er door heen kwam was het
meteen raak. Hier vingen we kabeljauw tussen de 6 en 10 kilo alsof je op
makreel aan het vissen was. Het frappante was dat er echt geen kleine
kabeljauw tussen zat, alles was ongeveer van hetzelfde formaat.
Ergens midden in de nacht (donker wordt het toch niet in de zomer) zijn er
nog een paar uurtjes op de Knottskallen gaan liggen. Hier beten de
kabeljauwen niet meer alsof het makrelen waren en kwam er ook veel minder
koolvis langs, maar na rustig het talud afzoeken kregen we dan toch aanbeten
van dikke kabeljauwen. De aanbeten begonnen bij zo’n 70 meter en waren bij
80 ook meteen over, buiten dit gebied vingen we nog wel zeewolf en schelvis,
maar geen kabeljauw. Deze driftjes leverden uiteindelijk een kabeljauw van
18 kg op.
De
tweede, derde en vierde dag was het weer wat slechter dan de eerste dag en
er stond een venijnig golfje boven de Andottskallen en Knottskallen, daarom
hebben we veel op de Silstoe, voor de haven en in het Hasfjord gevist. Hier
werd goed kleiner kabeljauw, zeewolf en schelvis gevangen aan de lichte
spinhengel was dit echt sport. Als het weer het even toestond gingen we naar
de Andottkallen en Knottskallen om op zoek te gaan naar die 20kg+ kabeljauw.
Koolvis was er nu alleen niet te vinden in de mate van de eerste dag en ook
de kabeljauw kwam niet in scholen langs zwemmen. Maar na een paar driftjes
was er altijd wel kabeljauw van formaat te vinden, formaat waar we vroeger
voor in de boot danste en rolletjes voor volschoten, maar je raakt zo snel
verwent.
Dag vijf begon met veel wind en regen, maar zoals altijd in noord Noorwegen
was het binnen twee uur weer zonnig (en twee uur later regende het weer),
maar de wind bleef zeer krachtig. Zo krachtig zelfs dat we na een paar liter
thee besloten het eiland te gaan verkennen en dan weer lekker het mandje op
te zoeken. Na een spectaculaire verkenning van het eiland (vooral de weg
naar Donnesfjord) en een kopje thee in het hotel besloten we toch een fles
cola, knäckebröd en kaas te kopen en nog even de zee op te gaan, aangezien
de wind was gaan liggen.
Aangezien de zee niet zo ruig was zijn we meteen naar de Andottskallen
gevaren, alwaar er meteen goed kabeljauw werd gevangen en de koolvis ook
weer goed aanwezig was. We visten inmiddels met een 750 grams pilker en nog
maar 1 grote bijvanger, maar de koolvis schoot nog zowel de bijvanger als de
pilker. Daarom hadden we besloten bij een typische koolvis aanbeet deze nog
even te laten hangen met de hoop dat er nog een kabeljauw bij knalt. Deze
tactiek bleek te werken, want de kabeljauw greep naast de pilker ook soms de
koolvis. Op een gegeven moment knalt er bij mijn vader een vis op en zet hij
zijn reel in de vrijloop met de duim op de spoel, opeens wordt lijn genomen…
Na een paar minuten lijn geven draait mijn vader langzaam de slip dicht en
slaat aan, maar de slip van de shimano blijft maar gillen, hoe dicht bij de
slip ook draait de vis blijft maar lijn nemen. We kijken elkaar aan en
roepen allebei: “Halibut!” Terwijl mijn vader er maar rustig bij gaat zitten
ga ik op zoek naar het tuigje dat we bij de fightingbelt hadden gekregen.
Van de kwaliteit van dit tuigje waren we al niet overtuigd en dit bleek ook,
want de plastic onderdelen knapte meteen. Na vijf minuten hadden we toch een
tuigje geïmproviseerd door de reel gewoon vast te knopen aan het reddingsoog
van het reddingsvest (wat wij altijd dragen). Vijftien minuten na de aanslag
kon het zware werk beginnen, de vis nam niet zoveel lijn meer en we konden
zowaar af en toe een meter op hem goed maken.
Na een uur lang maagdelijke gevlochten lijn gezien te hebben kwam de vis bij
wel in de buurt van de boot. We waren inmiddels een zeemijl schuin tegen de
stroom ingetrokken en de diepte was inmiddels 300 meter (100 meter ten tijde
van de aanbeet). Toen de vis de eerste keer boven kwam heb ik eerst een
partij foto’s gemaakt, aangezien we nog niet helemaal zeker waren of we dit
vloerkleed ooit aan boord zouden krijgen. De vis was zeker 1 meter 50 en de
haak zat in de huid naast het oog. De heilbot was zeker nog niet moe, want
hij nam weer een run alsof er het afgelopen uur niks was gebeurd. Intussen
had ik Marc gebeld om hem te confronteren met ons luxe probleem, volgens hem
konden we het beste een lus om de staart van de heilbot binden en een lijn
door de kieuwen en dan kwam hij er wel aan met zijn boot om te helpen.
Toen de
heilbot na een kwartier weer naast de boot lag zagen we hoe “slecht” hij
gehaakt was en besloten we hem te gaffen. We wisten dat dit geen goed idee
was en dat heilbotten van dit formaat wel eens kleinere bootjes gesloopt
hebben, maar je moet toch wat. Het gaffen zelf ging goed, de haak zat goed
in de kieuwen, maar toen ik de heilbot half het water uit had getild begon
deze te spartellen en nam hij de regie over, ik kon nog maar net de gaf uit
z’n kop krijgen, anders had die nu ergens op de bodem gelegen en ik in de
noordelijke ijszee. De schacht van de gaf (aluminiumbuis met een doorsnede
van 4 centimeter was krom getrokken door de vis. De vis liet zich gelijk een
kwartiertje niet meer zien, maar blijkbaar zat de haak dus goed vast. Toen
de vis weer naast de boot lag heb ik geprobeerd de heilbot in z’n kieuwen te
pakken en aan boord te gooien, dit ging weer goed tot de vis half uit het
water was en mijn in middels afgepeigerde vader had het idee dat ik er weer
achter aan zou gaan.
Nu was het toch gedaan met de heilbot, hij was maar 5 minuten weg en de
tussentijd had ik genoeg tijd om een grote haak aan 120/00 nylon te zetten
en dit nylon weer aan een landvast te knopen. Inmiddels belde Marc dat hij
bijna bij zijn boot was en er aan kwam. Toen de vis weer boven kwam heb ik
deze haak in z’n bek geslagen zodat mijn vader zijn hengel weg kon zetten en
kon helpen een landvast door zijn kieuwen te krijgen. Met je handen de lijn
door de bek en kieuwen te drukken was geen optie gezien de tanden en de kans
dat hij net dan even wegzwemt en pogingen met een loodje aan een kus liep
ook op niks uit. Maar de verbandtrommel bood uitkomst, met een stukje
leukoplast hebben de lus van een landvast aan de achterkant van de gaf
gebonden en deze door zijn kieuwen geramd. Nu was het feest aan boord, na
een dikke twee uur lag de heilbot als een snoek vastgebonden naast de boot.
Voor de zekerheid hebben we toen nog een lus om de staart gelegd en de vis
op z’n kop, achterstevoren en met z’n kieuwen boven water vast gebonden,
zodat hij geen kant meer op kon.
Na een kwartiertje zagen we Marc aan de horizon verschijnen en met verenigde
krachten kregen we de vis bij hem in de boot. Na tien minuten varen waren we
in de haven, waar we het monster eens goed konden bekijken. Marc probeerde
hem te wegen en was overtuigd dat de heilbot 50 kg woog, alleen hing de hele
staart nog op de grond. Helaas ging de weegschaal maar tot 50 kg. Maar we
konden hem wel meten en de heilbot bleek 1 meter en 58 centimeter lang te
zijn. Volgens Marc konden we dan veilig stellen dat de vis 58 kg woog. Na
een uurtje fileren (dat moest volgens Marc gewoon als een scholletje) en
inpakken konden we dan eindelijk ons wel verdiende mandje opzoeken, met een
vangst die we nooit meer zullen vergeten.
De rest van de twee weken hebben we nog heel veel gevangen, waaronder mijn
vader een schelvis van 4 kg, een kabeljauw van 25 kg en een kabeljauw van 20
kg. Hier viel het weer op dat je soms denkt dat er geen kabeljauw zit, maar
als je blijft zoeken vind je ze, elke dag met elke getij. Zo hebben we de
laatste week bijna de hele week op 140 meter diepte gevist. We zijn ook nog
een dag naar het Breikvikfjord geweest waar we op de terugweg echt noodweer
hebben gehad. Het heeft ons vertrouwen in de boot vergroot, maar ik hoef het
niet meer mee te maken.
Na twee weken Sørøya had Marc helemaal gelijk, je hoeft nooit meer ergens
anders heen. Samen met mijn vader heb ik heel noord Noorwegen gezien, maar
Sørøya slaat echt alles. Ik heb nog nooit zo veel en zo grote vis gezien.
Het briljante is dat je op een eiland zit en dat je niet eerst een dik uur
moet varen, maar meteen op de visgronden zit. Als je met je eigen boot wil
komen kan dat perfect, er is een goede helling, alleen moet je wel met een
goed zeewaardige boot komen, want het weer kan zo om slaan.
Het eiland Soroya is goed te bereiken, wij zijn er in 40 uur heen gereden met de boot achter de auto, zonder mag je aardig wat harder. Volgend jaar gaan we er zeker weer heen. Marc van Roie heeft het op het eiland goed geregeld, of je nu in het hotel wil overnachten of in een hyter. Hij heeft een hele mooi Arvor liggen met alles er op en er aan, als wij geen eigen boot hadden, hadden we het wel geweten. Er zit nog genoeg vis nog in de Noordelijke Ijszee, maar toch zetten we bijna alles terug. Je hebt in no time je 15 kg filet pp, wij hadden iets meer ivm een onverwachte heilbot en eten nu zeker 2 keer in de week vis, dus meer heb je ook niet nodig voor je zelf. Marc, tot volgend jaar…
Tom & Henk
============================================================
Wilt u zelf op (vis)vakantie
naar Noorwegen ??
ga naar:
www.vakantie-noorwegen.nl
| INDEX |